Met een historisch trauma de afgrond in

Als je politiek definieert als het vermogen om van kleine problemen grote problemen te maken dan zijn ze in Spanje goed bezig. We kunnen dan ook niet anders dan constateren dat de lijn Trump om met je gedrag maximale schade te veroorzaken school begint te maken.

Voor de buitenstaander is sprake van een fascinerend proces, waarin de Spaanse protagonisten zich met hoge snelheid naar de rand van de afgrond spoeden. De regio Catalonië wil meer autonomie, en eigenlijk (denken ze zelf) onafhankelijkheid. Dat is een vrij naïeve en tamelijk malle opvatting, maar nergens staat in de sterren geschreven dat mensen (en regio’s, en landen) verstandig moeten zijn. De Catalanen voelen zich onderdrukt door Madrid, en het steekt hen bijzonder (als ik het tenminste goed heb begrepen) dat ze hun eigen rijkdom niet allemaal zelf mogen houden, en dus aan Madrid meer geven dan ze terugkrijgen. Welkom in de 21ste eeuw en in Europa, zou je dan denken. Zo gaat het nu eenmaal in de beschaafde wereld, waar de rijken tot op zekere hoogte de armen ondersteunen. Mogen wij als Nederlanders ook even bij Madrid en Barcelona langskomen om al dat geld dat de laatste jaren vanuit Nederland naar het Iberisch schiereiland is gevloeid mee terug te nemen?

Los daarvan voelen de Catalanen zich erg onderdrukt door de Castilianen uit Madrid, maar dat valt natuurlijk (als je er nuchter naar kijkt) reuze mee. Wat je ook van Spanje kunt zeggen, een dictatuur waarin de mensenrechten grotelijks worden geschonden is het niet. Of tenminste: niet meer. In dit opzicht hebben we vooral te maken met Calimero-folklorisme, net zoals de Groningers zich erg kunnen afzetten tegen de Randstad-arrogantie. Of Madrid de natuurlijke hulpbronnen van Catalonië plundert is mij overigens niet bekend.

Met een referendum van de regen in de drup

Maar hoe dan ook: in deze omstandigheden is een referendum georganiseerd. Nuchter gesproken is dat een zoveelste bewijs voor de stelling dat het onverstandig is om referenda te organiseren (zoals we ook in Nederland en Iraaks-Koerdistan weten). Wat echter vooral opvalt is dat in de Spaanse context de nuchterheid volledig afwezig lijkt. Je had ook kunnen denken: ga vooral lekker je gang met dat malle referendum, en als het zover is praten we wel verder. Als mensen zich willen uitspreken, dan lijkt me dat een legitiem streven. Dat moet je vooral niet willen gaan verbieden. En daar moet je vooral niet de grondwet bij van stal halen. Met een beroep op de grondwet zou je hoogstens kunnen melden dat de waarde van de uitslag van een dergelijk referendum nogal betrekkelijk is, en dat er na afloop met een glaasje Sangria in de hand maar eens een goed gesprek moet volgen. De boel een beetje bij elkaar houden, zou een Amsterdamse ex-burgemeester het noemen.

Een paar jaar geleden deed een soortgelijk vraagstuk zich voor in de verhouding tussen Schotland en Engeland (of het zogeheten Verenigd Koninkrijk). Je kunt niet zeggen dat de verhouding tussen Schotten en Engelsen historisch gesproken spanningloos is. Daar zit ook het nodige sentiment en gevoel van onrecht en achterstelling bij, en daar worden soms gevoelige films van gemaakt met Mel Gibson in de hoofdrol. Maar stuurde Londen troepen naar het noorden om mensen die wilden stemmen in elkaar te slaan? Londen liet het referendum gewoon lopen. Als jullie Schotten willen stemmen, ga dan vooral jullie gang. Maar bedenk wel (fear, uncertainty & doubt) dat de welvaart waarvan jullie genieten voor een belangrijk deel de bietenbrug op gaat. Dus zeg het maar, trots en arm of inschikkelijk en welvarend. The rest is history, zij het natuurlijk dat alle Verenigd Koninkrijkers bij elkaar een jaartje later besloten dat ze liever trots wilden zijn dan in te schikken. Ook dat is een bewijs voor de stelling dat politiek gaat over het uitvergroten van problemen.

Scheiden doet niet altijd lijden

Dit echter allemaal terzijde. Als je een beetje hebt opgelet zie je vermoedelijk in dat het streven naar onafhankelijkheid een vooral 19de eeuwse benadering is die slecht past in de 21ste werkelijkheid. Het hoeft niet per se dramatisch te verlopen, zoals de vrij recente scheiding van Tsjechië en Slowakije laat zien. Zij het dan natuurlijk, dat we in plaats van één reactionaire Europese broeder er nu twee hebben. Maar, hoe dan ook: er leiden vele wegen naar Rome. Wat een nadere verklaring vereist is vooral de verkrampte en onzinnige manier waarop Madrid met het hele verschijnsel is omgegaan.

Daar hoor je eigenlijk in de verklaringen weinig over, en dat is een beetje vreemd. Als je het strikter stelt dringt zich de conclusie op dat er helemaal niet naar verklaringen wordt gezocht. De geleerden praten elkaar een beetje na, en dat concentreert zich op de stelling dat het democratische koninkrijk Spanje ondeelbaar is en dat de grondwet niet toestaat dat een deel van Spanje zich afscheidt. Noem dat maar een verklaring! En probeer dan maar eens te onderbouwen dat vervolgens de beste Franquistische tradities van stal worden gehaald om de boel te pacificeren.

Oude wijn in nieuwe zakken

De recente vuistdikke historische studie over het leven van Filips II [Geoffrey Parker (2014) Filips II – de roekeloze koning] geeft echter inzicht in het feit dat we hier te maken hebben met een eeuwenoud historisch trauma dat nog steeds niet verwerkt is. Spanjaarden zijn meesters in het verdringen, aan zelfreflectie kunnen ze niet toekomen. Door te beseffen dat het verlies van de Nederlanden eind 16de eeuw bij voortduring het collectieve Spaanse onderbewustzijn teistert valt alles op zijn plaats. Een korte toelichting zal dit duidelijk maken. Hierbij concentreer ik mij op de poppetjes die redeloos en willoos hun rol spelen in de heropvoering van het klassieke drama. Dat daarbij een man uit Limburg een niet onbelangrijke rol speelt toont de subtiele ironie van het geheel.

Daar is natuurlijk in de eerste plaats Mariano Rajoy Brey die in zijn overtuigende vertolking van Filips II ongegeneerd de wereldvreemde droogkloot neerzet die de vaste overtuiging heeft via de grondwet het hemelse mandaat te hebben ontvangen om de Spaanse landen naar zijn goeddunken te besturen en bijeen te houden. Wie hem tegenspreekt dient bij voorkeur via verwurging het zwijgen te worden opgelegd. Naar de vraag of royale en voortdurende incest ook in zijn geval zijn geestelijke souplesse en vermogen tot realistische oordeelsvorming heeft aangetast valt slechts te raden.

De rol van de hertog van Alva wordt hier gespeeld door vice-premier Soraya Sáenz de Santamaría, die voor het betere breek- en beukwerk mag zorgen en onbekommerd hel en verdoemenis mag preken. We moeten ons niet laten misleiden door haar joyeuze uitstraling die enigszins de wilde frisheid van limoenen (of in ieder geval een behoorlijk Jeanine Hennis gehalte) heeft, want deze vrouw is een ijzervreter die het liefst met scherp schiet. Het is haar diepste wens om alles wat op haar weg komt en niet meteen haar kant op beweegt te martelen, in het vuur te smijten, op een spies te steken en in ieder geval onherkenbaar te verminken.

De Catalaanse regeringsleider Carles Puigdemont i Casamajó heeft zichzelf uitmuntend gecast als de moderne versie van Willem van Oranje. Al net zo’n overtuigende draaikont als zijn historische voorganger (zie wat dit betreft het recente vlotgeschreven werkje van Aron Brouwer en Marthijn Wouters: Willem van Oranje, de opportunistische vader des vaderlands), die weliswaar voortdurend aan het ondermijnen is, maar zich bij voorkeur niet wenst uit te spreken over de vraag of Catalonië zich nu wel of niet onafhankelijk wenst te verklaren. Eigenlijk wel, maar misschien ook niet, of in ieder geval niet meteen, en we moeten er nog maar eens over praten, want een dialoog is nodig, als de Catalaanse wens maar gerespecteerd wordt.

Dan kijkt Europa vanaf de zijlijn toe, en zegt zich niet in het meningsverschil te willen mengen, hoewel het centrale Spaanse gezag natuurlijk het recht, of in ieder geval de wet, aan zijn zijde heeft.  Want die Spaanse grondwet, hè. Jean Claude Juncker en Franciscus Cornelis Gerardus Maria Timmermans vertegenwoordigen hier de moderne variant van het universalisme van de traditionele wereldkerk en fluisteren de gezalfde Spaanse heerser bij voortduring in dat hij zich sterk moet maken voor de eenheid van geloof en macht. Aan ketterij hebben we immers geen behoefte en mensen die afdwalen van het rechte pad dienen, desnoods met dwang, naar de kudde te worden teruggeleid. Paus Johannes Claudius en zijn ambassadeur Franciscus zitten weliswaar vooral op hun handen, maar de aard van hun overtuiging is steil en streng. Wat de Catalanen er zelf van vinden is eventjes niet aan de orde. De eenheid van geloof dient te worden bewaard.

Tot zover dan maar. Het is slechts een eerste, ruwe schets. Dat geschiedenis helpt het heden beter te begrijpen is echter weer eens overtuigend aangetoond.

Advertenties

Mysterie

Naar aanleiding van een oud en mysterieus bericht in een Hamburgse krant kwam ik een verbluffende geschiedenis op het spoor, vol onverwachte wendingen en toevalligheden.

Dit leverde een verhaal op dat nergens op lijkt, waarin realiteit en verbeelding in een onontwarbare kluwen door elkaar heen lopen. Het is te lang voor een blogbericht, maar ik heb het onder de titel Overpeinzingen bij een levensecht tableau op een aparte pagina van deze site geplaatst. Hier kun je het vinden.

Grote dikke muur

Vandaag zit ik met mijn berichtje boven op de actualiteit. Zozeer zelfs, dat je morgen misschien niet meer begrijpt waarover ik het heb.

Maar het gaat dus over Donald Trump. Nu gaat op dit moment bijna alle over Donald Trump, dus dat is op zich geen nieuws.

De Volkskrant berichtte vanmorgen dat Donald vanaf vandaag presidentiële besluiten (‘executive orders’) gaat tekenen die te maken hebben met de muur langs de grens met Mexico. ‘Grote dag gepland over nationale veiligheid, we gaan de muur bouwen!’, twitterde Trump bij het krieken van de dag.

En dat is goed, want hij had het beloofd. Van politici wordt altijd gezegd dat ze nooit doen wat ze beloven, dus het moet gewaardeerd worden dat Donald daar een uitzondering voor maakt. Het was natuurlijk nog mooier geweest als Donald verstandige dingen had beloofd, maar je kunt niet alles hebben.

Er is echter wel een probleem: er gaat helemaal geen muur gebouwd worden, en dat is ronduit teleurstellend. Want er wordt wel de hele tijd geroepen dat er een muur gaat komen, in de praktijk zal gewerkt gaan worden aan een hek, dat (volgens de Amerikaanse rekenkamer) 10,7 miljoen dollar per mijl gaat kosten. Dat is net zoiets als beloven dat je een huis gaat bouwen met zonnepanelen, en dan vervolgens een hoogspanningsmast neerzetten. En voor een prijs van 6180 Euro per strekkende meter wordt het natuurlijk een flutconstructie, zeker als je er Amerikaans staal voor gaat gebruiken.

chinese-muur-02Hier is weer eens sprake van een totaal gebrek aan visie. Als Amerika echt groot zou zijn dan wordt er hele grote dikke muur gebouwd. Denk Chinese muur, dan heb je wat! Schrijf een prijsvraag uit, waarbij toonaangevende ontwerpers kunnen intekenen op een grensverleggend (what’s in a name!) stukje architecturaal design. Zelfs als alleen Amerikanen op de prijsvraag kunnen intekenen kan het iets opleveren. Maak iets om overheen te lopen. Laat toeristen (ook Mexicaanse) zich in horden vergapen aan het stoutmoedig bouwwerk. Maak om de vijfhonderd meter een torentje met een hamburgertent erin. Zet iets neer voor de eeuwigheid.

chinese-muur-03Dat in de praktijk een muur geen mensen buiten houdt, zoals het Chinese voorbeeld heeft bewezen, doet niet ter zake. Alleen het gebaar telt. En bij de volgende verkiezingen zien we wel weer.

De schoonheid van abstractie

Het vraagstuk van schoonheid komt wel vaker langs, en het bijna permanente schemer van de winter geeft het ongetwijfeld een stevige dosis verdieping (of in ieder geval het gevoel dat daarvan sprake is). Maar daar zaten we dan, en daar lag het plotseling op tafel.

Het feit dat we een goede fles wijn hadden opengetrokken zal vast hebben meegeholpen, en ook het feit dat het uur al behoorlijk vorderde en je een goede reden moest hebben om (bijvoorbeeld) niet naar bed te gaan. De discussie werd geopend met een duidelijk verschil van inzicht tussen Marga en mij over de kwaliteiten van het boekje As in tas en of het de moeite waard was het drie keer te herlezen. Want dat werd aan schoonheid toegeschreven: dat je er op terug wilt komen, dat je het weer in jouw blik wilt vangen, dat je het opnieuw wilt ervaren. En er dan telkens nieuwe dingen in gaat ontdekken.

En schoonheid, dat was Marga naar ze zei steeds meer duidelijk geworden, kan in kleine dingen zitten. Misschien zit het meer in jezelf dan in de wereld om je heen. In het vermogen dat je door de jaren heen ontwikkelt om te observeren en tot je te nemen. In het vermogen tot ontroering en genieten dat uit ervaring voortkomt. Reflectie op wat kunst tot kunst maakt. En is het niet bij uitstek de abstractie van het kunstwerk die dit soort stimuli veroorzaakt (en die daarmee aanzet tot overpeinzing)?

bart-van-der-leckHet lag inderdaad op tafel, deze inzichten waar je niet omheen kunt. Het deed me op een anekdotische wijze denken aan een voorval van een groot aantal jaar geleden, uit mijn studententijd, toen ik een werk van de schilder Bart van der Leck had gekopieerd en boven de schoorsteen had gehangen. Dat kopiëren was meer een kwestie van ambachtelijkheid geweest dan van artistiek vermogen, zoals iedereen die De Ruiter (uit omstreeks 1918) kent zal kunnen beamen. Het abstracte samenstel van tamelijk elementaire vormen sprak het toenmalige liefje van vriend D. bijzonder aan, tot ik haar vertelde hoe makkelijk je er een ruiter te paard in kon herkennen. Dat kwam hard aan en was voor haar een principiële reden de appreciatie van het werk een flink stuk te degraderen. Haar relatie met D. onderging na korte tijd hetzelfde lot (de lieve schat was ook nog zo jong en vol onbeschadigde zekerheden!), maar ik durf niet te zeggen dat ook daar sprake was van toegenomen herkenning.

Abstractie dus. Het begrip zelf is trouwens mogelijk ook tamelijk ongrijpbaar. Volgens Wikipedia is abstractie, afkomstig van het Latijnse woord abstráhere (weglaten), het weglaten van alle niet-essentiële informatie en secundaire aspecten om de meer fundamentele structuren zichtbaar te maken. Deze definitie roept meteen de vraag op in welke mate De Ruiter dan als abstractie kan worden gekarakteriseerd. Dat er van alles is weggelaten, waardoor directe (naturalistische) herkenning moeilijker wordt is evident. Maar zijn daarmee de meer fundamentele structuren zichtbaar gemaakt? En wat is dan fundamenteel aan wat zichtbaar is gebleven? Zijn tamelijk elementaire vormen in min of meer primaire kleuren de essentie van een man te paard? Probeer daar maar eens een bevredigend antwoord op te geven.

Laten we het hanteerbaarder maken: abstracte kunst. Weer een anekdote, van nog langer geleden. Met de moderne docent tekenen van de middelbare school belandt onze schoolklas vanuit de provincie in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar we rondleiderig worden bijgepunt door een artistiek, slonzerig  type op sandalen, model onbegrepen kunstenaar met bijverdienste. We staan voor een ondoorgrondelijk schilderij vol vlekken, en hij verklaart dat dit beeld hem meer waard is dan het hele stomme Rijksmuseum bij elkaar. De klas denkt aan bier. Op die leeftijd (en in die tijd) heeft dat nog de uitstraling van een guilty pleasure (hoewel in de hoofdstad ook iets schijnt rond te waren dat de naam marihuana draagt).

Abstracte kunst wordt door Wikipedia gedefinieerd als een richting binnen de moderne kunst waarin niet altijd wordt geprobeerd om objecten uit de natuurlijke wereld weer te geven en er geen zaken uit de reële wereld hoeven te zijn afgebeeld, en waarbij onderliggende principes zichtbaar gemaakt kunnen worden met vormen en kleuren, ritmes en contrasten. Dat is wel erg voorzichtig omschreven, maar het is nog altijd heel netjes vergeleken met de definitie die Galerie Beeldkracht op haar site heeft opgenomen. Daarin wordt gemeld: ‘Abstracte kunst is kunst die niet gerelateerd is aan de visueel waarneembare werkelijkheid’. Dat is een heel merkwaardige manier om visuele kunst aan de man te brengen. Ooit een onzichtbaar schilderij gezien?

Abstractie is vermoedelijk wat je er zelf van maakt. Strikt genomen is elke representatie van de werkelijkheid al een abstractie. Het enige dat niet abstract is zou dan de werkelijkheid zelf zijn. En een beetje postmodernistisch denker gaat van die stelling meteen gehakt maken, met een bevlogen vertoog over het (post)moderne discours. Of met de opmerking dat de werkelijkheid zelf onkenbaar is en alleen gekend kan worden via haar representaties. En kan een representatie daarmee nog een abstractie zijn?

Het vraagstuk lijkt zich zo te onttrekken aan verheldering. Het blijft, om het anders te stellen, abstract. Als we het eens oplossen door abstractie (of in ieder geval artistieke abstractie) te omschrijven als een poging tot ontregeling van de werkelijkheid door er een eenzijdige schijnwerper op te zetten. Maar met welk doel? Mogelijk om tot reflectie te dwingen. Of dat lukt, hangt af van het vermogen en de geneigdheid van de beschouwer (of toeschouwer).

Laten we het eens proberen. Op grond van mijn definitie is onderstaand beeld ongelooflijk abstract:

lotto01

Conformisten zullen mogelijk beweren dat het helemaal niet abstract is, maar figuratief is geschilderd. Voor een deel hebben ze gelijk: het is geschilderd. En wel omstreeks 1527 door Lorenzo Lotto [1]. Maar wat is hier eigenlijk herkenbaar? Het antwoord kan luiden: het zijn mensen, of in ieder geval gezichten van mensen. Maar zijn deze ‘mensen’ herkenbaar? Kunnen we vertellen wie het zijn? En in welke mate zijn ze natuurgetrouw weergegeven? Hoe beter we kijken, hoe vreemder ze worden. Minder echt. Abstract?

Het bovenstaande is een detail van een groter schilderij dat in het Louvre hangt en dat er in zijn totaliteit ongeveer zo uitziet:

 

lotto02Nu wordt de abstractie herkenbaarder. Het heeft vast iets met Jezus te maken. Is dat niet die man die over water liep? Maar ook dat is een abstractie van de werkelijkheid, teweeg gebracht door een grote schijnwerper. Je ziet van alles, maar weet nauwelijks wat het is. Je ervaart alleen (mogelijk) een gevoel van vervreemding en ontregeling. Waar zijn al die mensen in hemelsnaam mee bezig. Een realiteit lijkt weliswaar tastbaar aanwezig, maar wijkt terug zodra je haar probeert te vatten. Hoe abstract wil je het hebben?

Laten we het daar maar bij houden. En verder, met medeblogster PiantataStorta die ook over het schilderij heeft geschreven, met enige bescheidenheid memoreren: wie zonder zonden is, werpe de eerste steen.

[1] Over Lorenzo Lotto heb ik al eerder geschreven ter gelegenheid van de grote overzichtstentoonstelling in Rome in 2011 (?). Zie: Lorenzo Lotto in Rome

Monteverdi

Primeiro_retrato_de_MonteverdiNog maar eens een keertje Monteverdi. Want daar zijn nog wel wat verhalen over te vertellen. Of misschien moet ik het maar even hebben over de het uiterst prettig ogende en fluitende gezelschap Seldom Sene dat op het Amersfoortse Monteverdi festival acte de présence geeft. Monteverdi op blokfluit, het is weer eens iets anders. Het zijn trouwens heel veel verschillende blokfluiten waarvan Seldom Sene gebruik maakt om muzikaal binnen te komen, van miniatuurmodellen tot forse formaten van meer dan twee meter lang (of hoog). Echt een belevenis om mee te maken.

Laat ik maar beginnen met te vertellen dat Claudio Monteverdi figureert in mijn in 2002 geschreven meesterwerk Het duivelse verlangen. Door omstandigheden had ik toen de tijd en ruimte voor een werk van langere adem dat ingaat op alle belangrijke existentiële vragen. Wat dit boek betreft is het nooit tot enige vorm van openbaarmaking gekomen, en ik voeg me hiermee in de schier oneindige rij van schrijvers van onbegrepen meesterwerken. Altijd fijn om niet alleen te zijn. Voor de fijne nuance wil ik wel nog melden dat ik al weer jaren geleden een klein onderdeel heb gevoorpubliceerd.

In deel twee van het boek komt het eerst tot een feitelijke introductie van de componist die eindigt in het volgende directe inkijkje in zijn hart, waarmee het koninkrijk van de fictie wordt betreden: ‘Langdurig en veelvuldig heb ik nagedacht over goed en kwaad, het hemelse en het duivelse, en veel heb ik in dit opzicht te danken aan mijn gesprekken met een medebroeder, een oudere man met oosterse trekken, die veelvuldig in orakeltaal sprak en zei van alle tijden te zijn, maar die niettemin op mij een diepe indruk maakte door zijn kennis en wijsheid.’ En elders: ‘Gedurende mijn lange en ingespannen werken aan deze opera [L’Incoronazione di Poppea] kwam ik meer en meer tot de conclusie dat de grootsheid van de karakters niet schuilt in de juistheid van hun handelen, zoals die min of meer oppervlakkig door de mensheid beoordeeld wordt, maar in de mate, waarin recht wordt gedaan aan hun worsteling om mens te zijn, de intensiteit van hun gevoelens, de lijfelijkheid waarmee zij dit leven hebben te leven. Zoals ik ook zelf, op jeugdige leeftijd, getroffen ben door heftige gevoelens, waarvan ik nu nog niet weet of ik ze als zondig of hemels moet beoordelen, maar die mijn leven richting hebben gegeven. Er zijn momenten van liefde die je nimmer vergeet en die je lot bepalen. Er zijn gevoelens die zich onttrekken aan die simpele verdeling in goed en kwaad.’

Dit is meteen een mooie gelegenheid om de hoofdpersoon van deel twee te introduceren: Maria, een aantrekkelijk jongedame die uit Colombia afkomstig is en via een levenspad met diepe dalen in Nederland heel aardig terecht is gekomen. Dat laatste heeft ze te danken aan Ton, een oudere heer die over bijzondere kwaliteiten beschikt en haar voorstelt te gaan reizen in de tijd, waardoor ze in staat zal zijn haar grote muzikale held Monteverdi in levenden lijve te ontmoeten.

Maar omdat tijdreizen (zoals bekend mag worden verondersteld) niet van gevaren is ontbloot doet gaat ze dat doen op een manier waarop ze steeds verder in de tijd teruggaat. Hierdoor heeft ze haar eerste ontmoeting met Monteverdi in 1613 in Venetië, als de inmiddels vermaarde componist op het punt staat zijn Mariavespers uit te gaan voeren in de San Marco. En haar tweede ontmoeting vele jaren eerder in het Mantua van 1593 als Claudio aan het begin van zijn loopbaan staat bij de familie Gonzaga.

Daar is natuurlijk niets verrassends aan, want wij weten sinds Einstein allemaal dat tijd slechts een kromme in de ruimte is (of is het andersom?) maar het plaatst de dramatis personae wel voor enige verrassingen. Als Maria Claudio voor de eerste keer tegenkomt, blijkt hij haar tot haar verrassing al te kennen. En als zij de ontmoeting de tweede keer wil vernieuwen heeft hij geen flauw idee wie ze is. En dan is er ook nog de kwestie dat door deze vrije omgang met de chronologie objecten blijken te bestaan die nooit ontstaan zijn. Om dat duidelijk te maken moeten we het even over de jurk hebben.

Het betreft hier een bijzonder uniek en aantrekkelijk exemplaar dat als volgt wordt beschreven en dat Maria van Claudio ontvangt op het moment dat ze in Venetië afscheid van hem neemt: “Het pakje van Monteverdi is een heel ander verhaal. Er blijkt een jurk in te zitten, een fantastische jurk, hemelsblauw, versierd met gouden sterren die licht lijken uit te stralen. Een wonderjurk. … Het is een strak geval van een wonderbaarlijke stof dat zich volledig voegt naar de vormen van de vrouw die hem draagt. Hij past zowel mij als Elsbeth perfect, hoewel ik nogal klein en mager ben en Elsbeth minstens een kop groter, en volmaakt van ronde vorm. Het komt mij voor dat de jurk magische krachten bezit. Hij betovert me. Ik kan niet verdragen hoe hij zich walgelijk intiem tegen Elsbeths blanke huid aanvlijt. Hij roept jaloezie op, en begeerte. Een heftige begeerte hem te bezitten. … We ontwikkelen vele theorieën en speculaties over de jurk. Dit is geen materiaal dat bestond in de tijd van Monteverdi. Dit is supernieuw, beter, elastischer, zachter, steviger dan alles wat we tot nu toe gezien hebben. … Niets dat er ook maar een beetje bij in de buurt komt. Heb ik trouwens al verteld hoe uitdagend hij is? Hoe strak en sluitend, zodat je er niets onder kunt dragen? Hoe het rugdecolleté bijna tot je stuitje loopt, en ook de voorkant niets aan de verbeelding over laat? En hoe ik me toch niet bloot en onbeschermd voel als ik hem draag? Hoe hij alle onzekerheid wegneemt?”

Dat roept de vraag op waar deze jurk vandaan komt. Als Maria hem in 1613 van Claudio krijgt, hoe komt Claudio er dan aan? Het antwoord op deze vraag is dat Maria hem in 1593 in Mantua had achtergelaten. Maar dat ze hem bij die gelegenheid ergens in het heden had aangetrokken (en daarna in het verleden weer uitgetrokken) was een gevolg van het feit dat ze hem in 1613 van Claudio had gekregen. De jurk bestaat, kortom, louter dankzij het feit dat hij bestond, of zal bestaan. Als hij er op enig moment is, zonder dat we weten hoe hij er gekomen is, is de kans aanwezig dat hij er altijd zal zijn. Dat is allemaal behoorlijk verwarrend. Disruptief, om het modern te verwoorden. En daaruit zou je wellicht kunnen afleiden dat tijdreizen geen goed plan is, omdat je nooit weet wat er van komt.

Maar goed, dat is natuurlijk hetzelfde als de verbeelding afschaffen. Of de literatuur, for that matter. Dat doen we dus maar niet. De vraag of ik andere stukjes van mijn meesterwerk eveneens ga laten tijdreizen (maar wel keurig in de juiste richting, dus niemand zal er in 1951 mee geconfronteerd worden) wordt wellicht in een volgende aflevering beantwoord. Met nog meer Monteverdi. Of misschien ga ik het wel over Seldom Sene hebben.

Extremily ripped or totally flipped

ripped jeans 01In het eerste volop zonnige weekend van het jaar lijkt meteen een trend zichtbaar: ook bij het dragen van spijkerbroeken willen de blote benen naar buiten. Net nu de rokjesdag volledig schijnt te zijn ingeburgerd en tot nationale feestdag dreigt te verworden. The jeans strike back!

Rokjesdag is ooit eens ontstaan uit een onbenullige observatie van Martin Bril (ieder mens kan zich vergissen) en vervolgens (na zijn dood en heilig verklaring) opgepikt door vrouwen die je bij voorkeur niet in een kort rokje wilt tegenkomen. Bij sommige mensen is totale lichaamsbedekking ernstig aan te raden. Nu is met de titel Rokjesdag een suffe film verschenen die de schijn van humor probeert op te houden en is de vertrutting compleet. Vermoedelijk kunnen de kortgerokte benen van Birgit Schuurman er wel mee door. Ik wacht het moment af dat de vaderlandse televisie het meesterwerk gaat uitzenden.

ripped jeans 09Maar daar gaat het in dit bericht helemaal niet over: rokjesdag is slechts een bruggetje naar het merkwaardige fenomeen van de ripped jeans. Die zijn al een tijdje ongelooflijk modisch en niet meer uit het straatbeeld weg te denken. Het begon vermoedelijk met een klein scheurtje, ergens ter hoogte van de knie. Een knipoog naar de herkenbare situatie dat we wel eens doorliepen met onze favoriete jeans als de knieën al versleten waren. En waar je één scheur kunt laten verschijnen, zijn er twee of meer ook mogelijk. En krijgt het rippen een eigen en onafhankelijke dynamiek, waarbij je steeds verder kunt gaan totdat er eigenlijk geen broek meer over is.

ripped jeans 06In de winter is dat een beetje onpraktisch, zo half in je blote kont rondlopen. Maar als de zon eenmaal te voorschijn komt is er geen praktische reden meer om het aantal scheuren en gaten te beperken. Dan kan de kunst van het weglaten beoefend worden en wordt het een sport om ze aan te brengen op de plekken die het meeste effect sorteren. Een moderne variant van het fenomeen om, heel praktisch, als het een beetje warm wordt de jeans zo kort mogelijk af te knippen.

ripped jeans 08Een korte rondgang op het wereldwijde web bevestigt dit beeld en maakt duidelijk dat er weinig grenzen zijn aan de mallotigheid van het rippen. Laat ik er aan toevoegen dat ik er geen problemen mee heb in morele en/of ethische zin. Alleen van de esthetiek zal ik wakker kunnen liggen. Ik hoop nog steeds dat sommige mensen blijven kiezen voor totale lichaamsbedekking.

ripped jeans 02Niettemin is er met betrekking tot het rippen sprake van een paradox. Want op dit fenomeen heeft zich vooral het kinderlijk volksdeel gestort dat geen enkele compassie heeft met imperfectie en alles onbarmhartig afzeikt dat niet aan het absolute ideaal beantwoordt. Dat, met andere woorden: van alles en iedereen perfectie eist op straffe van uitsluiting en ostracisme en daar bij voorkeur op de meest ongenuanceerde wijze uitdrukking aan wenst te geven op elk sociaal netwerk dat in de buurt is.

ripped jeans 05Daar zit iets vreemds in: zo de perfectie te zoeken door de imperfectie na te jagen. Of je echt totaal de weg kwijt bent en niet meer weet wat boven en onder is. Dit idee dat je schoonheid kunt verkrijgen door het te vernietigen is overigens al langer aan de gang. Dezelfde stompzinnigheid zie je ook bij tattoos en piercings.

Die leveren ook geen enkele bijdrage aan schoonheid en beschaving. In het beste geval kun je stellen dat ze geen noemenswaard bedervend effect hebben. Een ringetje in het oor (de oervorm van piercing) staat best schattig. Een klein roosje op de schouder of de bil maakt een jonge meid niet meteen een kansarme loser met borderline-uitstraling. Een aantrekkelijke vrouw als Rihanna wordt niet spontaan afstotelijk door de ongein die ze op haar lichaam heeft laten frutselen.

Maar beter wordt het er nooit van. Alleen als je een extreem laag zelfbeeld hebt kun je jezelf laten geloven dat je er mooier van wordt. Wat allerlei flashy televisieprogramma’s ook mogen suggereren: het is grauwe troep die de schoonheid van de menselijke huid en het menselijk lichaam vernietigt. Die de imperfectie voedt van de halfbrains die hallucinerend op het vermeende pad van de perfectie rondwaggelen.

Misschien is dat geen paradox, maar louter gebrek aan verstand.

Dilemma!

Er zijn van die gevallen waarin de inhoud best lekker is, maar de verpakking niet deugt. Een verpakking waarmee je eigenlijk niet levend wil worden aangetroffen. En trouwens ook niet dood. Wat doe je dan? Kopen of voorbij lopen? Aanschaffen of negeren?

Laat ik beginnen met te zeggen dat het muzikale gezelschap LE NUOVE MUSICHE vermoedelijk bijzonder sympathiek is. Fijnbesnaard. Prachtige klanken. En een repertoirekeus die je alleen maar hartgrondig kunt beamen. En dan organiseren ze dit jaar ook nog eens van 22 tot 24 april in Amersfoort het MonteverdiXL-festival.

Geweldig initiatief! Niets dan lof kortom. En ik kan iedereen alleen maar aanraden er naar toe te gaan. De argumenten spreken voor zich, ik hoef ze alleen maar over te schrijven: “Claudio Monteverdi gaf de indrukwekkende aanzet tot een nieuw hoofdstuk in de muziekgeschiedenis. Tegen zijn eigentijdse stroom in gaf hij een nieuwe kijk op vocale muziek, op harmonie, op solostemmen, op muziektheater.” Zo is het maar net. En dat levert sublieme muziek. Wie een nadere motivatie nodig heeft kan dat op YouTube nog even fijntjes onderbouwd krijgen. En wie nog verder wil horen hoe dat allemaal klinkt kan op deze link haar of zijn oren te luisteren leggen.

le nuove musicheEn ik kan zo nog wel even doorgaan (en ik ga vast later nog op Monteverdi terugkomen), maar ik moet hier nog even kwijt wat me tegelijkertijd zo ongelooflijk dwars zit. Dat is de foto. Het klinkt lullig, maar die foto (kijk zelf maar even) die kan dus echt niet. Die moet zo snel mogelijk van de aardbodem verdwijnen. Want, Krijn (en Jennifer, Wendy, Bas, Falco en Hugo) we hebben het hier verdomme over Monteverdi, en niet over Verdi en paljassenopera’s. En het is al helemaal geen Holland zingt Hazes met een houdbaarheidsdatum van vier eeuwen geleden. En er is evenmin enige reden om de krijsende malloten uit te hangen, in slecht zittende kostuums van de plaatselijke operettevereniging. En, tenslotte, Krijn, jij doet klavecimbel en artistieke leiding; dus ga nou niet net doen of je integraal onderdeel bent van een door Gordon opgericht retrogezelschap van middelmatig zingende tenoren.

nuove musiche 02Zo, dat is eruit. De tweede foto geeft een indruk van hoe het werkelijk zit. Of zingt. En zo wil ik (call me old fashioned) het graag houden. Er is geen enkele reden om Monteverdi te degraderen tot vaudeville.

En stuur die malle reclamefotograaf in hemelsnaam de laan uit.