Aboutaleb

Geeft iemand die over een ander spreekt daarmee indirect iets prijs over zichzelf?

Deze gedachte kwam boven bij het doornemen van het regionale dagblad dat nog iedere dag door de brievenbus glijdt. Daarin meldt Liesbeth Spies, in haar huidige hoedanigheid burgemeester van Alphen aan den Rijn en daarnaast ook nog eens voorzitter van het genootschap van burgemeesters, dat ze tegen de komst is van fulltime gemeenteraadsleden. Want, zo zegt ze, “ik vind het belangrijk dat het een nevenfunctie blijft zodat mensen voeling houden met de maatschappij.” Dat roept meteen de vraag op in welke mate in haar geval als langdurig fulltime beroepsbestuurder nog sprake is van voeling met de maatschappij.

Hetzelfde gevoel overviel me toen ik kennis nam van het recente interview met die andere burgemeester, Aboutaleb. Dat je je laat bevragen door de EO is één ding. Dan krijg je vermoedelijk vreemde vragen voor de kiezen. Maar het verplicht je niet dan ook maar malle antwoorden te gaan geven die getuigen van een grote afstand tot de feitelijke samenleving. We leven immers in een vrij land.

Maar naast de vraag hoe het eigenlijk zit met de maatschappelijke voeling van deze burgervader doet zich een tweede vraag voor: geeft iemand die over zichzelf spreekt daarmee indirect iets prijs over anderen?

Het onderwerp islam (of moslim zijn) is niet door mij op tafel gegooid, laat dat duidelijk zijn. Maar nu het er ligt ga ik er even op verder. Kort gezegd kwam Aboutaleb in het betreffende interview met de opmerkingen dat er in hem een jihadist schuilt en dat elke moslim een beetje salafist is.

Na het interview was meteen sprake van verwarring. In het geval van Aboutaleb is dat een hele prestatie. De man is de grote meester van de saaiheid, en hij is in de regel in staat alle dingen zodanig te verwoorden dat mensen spontaan van verveling in elkaar zakken.

Zo spreekt de arabist Jan Jaap de Ruiter van de Universiteit Tilburg in de NRC van een meesterzet, en vindt hij de stellingname van de burgemeester „geweldig” en „briljant”, omdat Aboutaleb een nieuwe betekenis probeert te geven aan de termen salafisme en jihadisme”, weg van de gepolitiseerde betekenis van de afgelopen decennia. Je moet gestudeerd hebben om zo stom te kunnen zijn, om George Orwell maar eens te parafraseren. Zelden was sprake van een zo groot vertrouwen in de maakbaarheid van de samenleving. Alsof de werkelijkheid plotseling anders wordt als je een en ander op een andere manier gaat benoemen en definiëren.

Anderen vinden het minder briljant. Geert Wilders was per omgaande van mening dat de wolf in de man eindelijk zijn schaapskleren had afgeworpen en diende op te stappen. Maar dat vindt Geert Wilders altijd, dus dat was niet verrassend. Columniste Fidan Ekiz was in het AD vooral verdrietig, hoewel ze wel zo verstandig was nog even duidelijk te maken dat zij het salafisme een kwaadaardige ideologie vindt. Punt. “Salafisme is dé voedingsbodem van moslimterreur. Niet iedere salafist is misschien een terrorist, maar alle terroristen delen wel het salafisme als ideologie.” Omdat zij Aboutaleb graag beter wil begrijpen heeft ze zich bij de man op de thee genood. Ik hoop op een goed gesprek.

Om nog even terug te komen op de eerder genoemde De Ruiter. Hij zegt ook nog dat de nieuwe Aboutalebse betekenis van het begrip salafisme meer in lijn is met de oorspronkelijke lading. Aboutaleb omschrijft, volgens De Ruiter terecht, een salafist als „iemand die graag op de profeet Mohammed wil lijken”

Maar dat is misschien net het probleem. In hoeverre is het immers wenselijk en verstandig op de profeet Mohammed te willen lijken. Ik ben geen deskundige op het gebied van het salafisme, en dat wil ik graag zo houden, dus ik ben te rade gegaan bij Wikipedia om mij over het onderwerp te laten informeren. Als ik het goed begrijp heeft Mohammed in dit kader onder meer de volgende uitspraak gedaan: “De beste mensen zijn mijn generatie, dan die hen opvolgen en daarna die hen opvolgen”.

De man had mogelijk, naast een groot ego, ook een feilloos voorspellend vermogen dat hij dat veertien eeuwen geleden al helemaal kon voorzien. In het algemeen moet zijn uitspraak voor de huidige generaties natuurlijk tot de treurigmakende conclusie leiden dat het in de voetstappen van Mohammed treden vooral een mission impossible is, tot mislukken gedoemd. Huidige generaties zijn tweederangs materiaal, inferieure kwaliteit. Houd mij niet verantwoordelijk voor deze conclusie. Ik heb het niet bedacht. Ik volg hier even de profeet.

Maar, even wat serieuzer, wat is de ratio om je in de beschaafde 21ste eeuw te willen modelleren naar het gedachtegoed van 7de eeuwse woestijnbewoners? Je reinste regressie. Koketteren met achterlijkheid. De uitdagingen van deze tijd eisen antwoorden van deze tijd. En dat krijg je niet voor elkaar door het verre verleden te idealiseren.

Dat Aboutaleb dat met zijn uitspraken heeft gedaan getuigt, op zijn best, van domheid en gemakzucht. En dat is opmerkelijk, want er is geen enkele reden om te twijfelen aan zijn intelligentie en doorzettingsvermogen. Op 15-jarige leeftijd is hij van Marokko naar Nederland gekomen. Van de LTS is hij doorgestoomd naar HTS, waarna een glanzende maatschappelijke carrière volgde. Petje af voor de man.

Zijn hele biografie is één groot bewijs dat hij het tegendeel wenst te zijn van een salafist. Ook al bidt hij, volgens hetzelfde EO-interview, als een gelovig moslim nog 5 keer per dag. Het is niet verstandig je dat te levendig voor te stellen. Aboutaleb 5 maal daags op een kleedje, de kont omhoog en de neus op het tapijt richting Mekka. Ik ben het daarom eens met de oproep van Maarten Zeegers aan Aboutaleb in de NRC om vooral publiekelijk niet meer over zijn geloof te praten.

Nu komen we op het terrein van de speculatie, en mogelijk het complotdenken. Wat bedoelt Aboutaleb met de uitspraak dat iedere moslim een beetje salafist is. Speak for yourself, lord mayor! Wat weet Aboutaleb van zijn geloofsgenoten dat wij niet weten? Feitelijk is de uitspraak natuurlijk incorrect, want het salafisme is een soennitische afwijking, en het wederzijdse kelenafsnijden heeft al tijdens de eerste voortreffelijke generaties een aanvang genomen. Dat hele gedoe met Soennieten en Sjiieten is een aberratie waarvan we (en moslims zelfs overig het meest) tot op de dag van vandaag nog de gevolgen ondervinden. Dat jihad in zijn puurste vorm het goede doen behelst moet Aboutaleb maar eens gaan uitleggen aan al die onschuldig opgeblazen mensen. In de ‘reëel existerende islam’ is echt sprake van een radicaal afwijkende situatie.

Je kunt de opmerkingen van Aboutaleb ook zo opvatten (en hij kan dat beter inschatten dan ik): in het DNA van de islam (en daarmee in dat van moslims) zit het intrinsieke verlangen ingebakken om (eens) terug te keren naar die staat van zuiverheid die zich in de Arabische woestijn van de 7de eeuw kon manifesteren. Het huidige bestaan is een schaduwbestaan, een bestaan dat moet worden geleid bij gebrek aan beter. Het is een afgedwongen aanpassing waaraan je geen geluk ontleent. Het is geen bestaan waarmee je genoegen zou moeten nemen. Een goede moslim dient per definitie achteruit te kijken om zijn profeet in de ogen te zien. Zolang dat tot pacifistisch escapisme lijdt gaat iedereen zijn goddelijke gang maar. Maar pacifistisch escapisme lijkt me geen eigenschap die in het betreffende DNA dominant aanwezig is. Maar komen dat ‘afgedwongen aanpassen’, dat ‘schaduwbestaan’ en dat ‘geen genoegen nemen met’ u bekend voor? Is dat niet het soort argumenten dat tot een recent kalifaat heeft geleid?

Dat maakt de opvattingen van Aboutaleb niet alleen dom en onverstandig, maar eveneens potentieel gevaarlijk. Als er in elke moslim een potentieel salafist schuilt (laten we hopen van niet), dan verdient het aanbeveling dit atavisme niet alleen niet te romantiseren en goed te praten, maar (sterker nog) actief te bestrijden. Dat lijkt me nog eens een mooie uitdaging voor een burgemeester van Rotterdam.

Advertenties

Leeftijd der schepping

Over de schepping kan veel worden gezegd. Bij het ordenen van mijn oude spullen kwam ik een stukje tegen waarin een wezenlijk vraagstuk aan de orde komt: hoe oud waren Adam en Eva eigenlijk toen ze geschapen werden? Daar hoor je heel weinig over. Daarom geef ik mijn gedachten uit mei 2005 hieronder even weer, als een soort van belangeloze bijdrage aan het publieke debat. Lucas Cranach lijkt, te oordelen naar het bijgaande plaatje, op dezelfde lijn te zitten.

1-Adam-und-EvaEr bestaat onduidelijkheid over de leeftijd waarop Adam en Eva door God werden geschapen. Gezien het tempo waarin de schepping werd afgeraffeld mogen we er vanuit gaan dat de teller niet op nul begon en dat God de mens creëerde in een zekere staat van voltooiing. De precieze hoedanigheid van deze staat is onderwerp van speculatie. In films als Blue Lagoon, waarin de schepping een beetje wordt nagespeeld en kinderen in paradijselijke staat op een tropisch strand belanden, wordt uitgegaan van een beginnende puberteit, waardoor de regisseur meteen in staat is een mooi voyeuristisch thema van ontluikende seksualiteit te introduceren. Maar hier is natuurlijk sprake van retroschepping, waarin vanuit de overdaad wordt teruggegaan naar het weinige (in plaats van dat vanuit niets het nieuwe ontstaat), en meteen alle betuttelende volwassenen zijn opgeruimd.

Naar mijn mening schiep God Adam en Eva op ongeveer achttienjarige leeftijd als vwo-leerlingen die op het punt staan eindexamen te doen. Niet dom en met een goed stel hersens, maar nog niet in het bezit van kennis waar je in het echte leven iets aan hebt. Dat verklaart ook de rolverdeling die leidde tot het eten van het appeltje. Eva meteen de ijverigste van de klas, altijd goed opletten en aantekeningen maken en zorgen dat de werkstukken van het studiehuis op tijd klaar zijn. Adam de typische mannelijke adolescent die vanuit zijn verlegen coolheid nergens in is geïnteresseerd en zoekt naar de weg van de minste weerstand om zijn zes te scoren. Eva doet het veldwerk om de juiste boom te vinden. Eva neemt het interview af met de slang. Adam hapt omdat Eva zegt dat het nodig is.

Helaas levert het niet het werkstuk op, waarom God gevraagd heeft. De universiteit van tweestromenland kunnen ze daarna op hun buik schrijven. Dat wordt werken voor de kost en als de kinderen komen is het helemaal uit met de pret.

Sinterklaas

Nu het eind november is heeft iedereen een mening over het Sinterklaasfeest. Dat geldt ook voor mezelf, temeer omdat dit feest al bijna 66 jaar mijn verjaardag heeft gekaapt. Dat geeft mij enig recht van spreken, vind ik zelf.

steen sint nicolaasfeest

Ook Jan Steen vierde al Sinterklaas

Een van de hermetische stellingen die heden ten dage betrokken is hanteert het uitgangspunt van een oude Nederlandse traditie, waar iedereen met zijn poten vanaf moet blijven. Nu is ontegenzeggelijk sprake van een oude traditie, want op schilderijen uit de zeventiende eeuw komt het Sinterklaasfeest al voor. Neem bijvoorbeeld het Sint Nicolaasfeest van Jan Steen uit 1665, waarop alle bekende elementen al te vinden zijn. De koek en de gard. De schoorsteen. Het schoentje. Het waren in die tijd de protestanten die het feest probeerden af te schaffen. O ironie der mainstream Nederlanders.

En nu zijn er weer mensen die het feest zouden willen afschaffen of veranderen omdat  het racistisch is, of wezenlijk racistische elementen bevat. De Zwarte Piet kwestie. Dit is zo belangrijk dat mensen zelfs per bus naar Dokkum reizen om op een snelweg te stranden. Want, zo stellen de rechtschapen Friezen, het feest moet blijven zoals het altijd geweest is. Dat het feest met zijn tijd mee moet gaan, zoals de verderfelijke globalisten beweren, is vloeken in de kerk. Rare mensen, die Dokkumers. Eerst eeuwen geleden een bisschop vermoorden, en dit keer een nep-heilige mummificeren en in beton gieten.

Er is namelijk geen enkel redelijk argument om het feest te laten zoals het nu is. Het is de afgelopen tientallen jaren al ingrijpend en onherkenbaar veranderd. Van de originele intentie is bijna niets meer over. Welke idioten hebben ooit de authentiek overkomende Zwarte Pieten veranderd in de belachelijke nepnegers van nu, met hun malle glimmende kostuumpjes, die egaal zwarte gezichten, die grote oorringen, die hele operette-poppenkast? Geen wonder dat mensen gaan klagen over racistische elementen.

Nu zijn over de knecht van de goedheiligman boeken volgeschreven met allerhande verklaringen over de herkomst van het fenomeen. Over zijn rol als boeman. Over het feit dat hij, zwart als pek, uit de hel afkomstig was, bedoeld om schrik aan te jagen. Zelf vind ik de verklaring dat hij begonnen is als schoorsteenvegerknechtje heel erg plausibel. Hoe kwamen tenslotte die pakjes door de schoorsteen? Maar dit alles is eigenlijk allemaal van secundair belang, als we het over het karakter van het Sinterklaasfeest willen hebben. Door de schoorstenen van tegenwoordig (als er al een schoorsteen over is) valt met goed fatsoen geen pakje meer te krijgen.

Als we een stapje achteruit zetten en erin slagen op een meer fundamentele manier naar het fenomeen te kijken, dan komt een heel ander beeld naar voren. Sinterklaas is namelijk helemaal geen kinderfeest, maar een soort van beoordelingsgesprek avant la lettre. Waarom is dit zo?

Allereerst is daar de timing. Begin december is het geëigende moment om tot een oordeel te komen over het functioneren van het afgelopen jaar. Dat was vroeger niet anders. In de christelijke traditie was alles natuurlijk opgehangen aan de fundamentele overgang naar het volgende leven (wordt het hemel, vagevuur of hel), maar enige training vooraf was in dit kader natuurlijk wel gewenst. Daar kon niet vroeg genoeg mee begonnen worden. Al doende leert men immers. Bij een beoordeling (dat weet heel werkend Nederland) zijn in essentie drie uitkomsten mogelijk. Het gaat goed. Het gaat redelijk. Of het gaat niet zoals het moet. Het vormen van dit oordeel is de kerntaak van de leidinggevende, in dit geval de goedheiligman. Ouders zijn immers per definitie niet objectief waar het hun eigen kroost betreft. Zijn oordeel bepaalt de gevolgen. Wordt het loonsverhoging of wordt het ontslag? Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. En door het ontslag het ludieke karakter te geven van de zak van Sinterklaas, en een afvoering via de zijdeur op de grote boot naar Spanje werd de kern van de boodschap knap benadrukt.

Maar deze opvoedkundige strekking is door het gewetenloze commerciële denken, het genadeloze kapitalisme, resoluut om zeep geholpen. De misselijk makende middenstand, noemde de provo’s dat vijftig jaar geleden, maar dat is een beetje blaming the victim, want het is het grootkapitaal dat er met de knikkers vandoor gaat. Hoe dan ook: er wordt niet meer opgevoed, alle kindertjes zijn per definitie braaf. De roe is in geen velden of wegen te bekennen. En de zak dient alleen nog om cadeautjes te vervoeren. En alle kinderen krijgen per definitie cadeautjes, waarbij rijke kinderen blijkbaar braver zijn dan arme, want ze krijgen meer cadeautjes. Wat dat voor een ontwrichtend effect heeft op de tere kinderziel laat zich raden. Het is ronduit obsceen!

Het Sinterklaasfeest is dus al onherstelbaar veranderd, en mensen die zich nu nog verzetten tegen aanpassing van het feest zijn per definitie te stom om voor de duvel te dansen, en daar zijn Friezen geen uitzondering op. Het systeem heeft de boel al op de schop genomen, of we het willen of niet. We are all part of the matrix, like it or not. Het systeem dat van elk feest en van elke gelegenheid een cadeau-, vreet- en zuipfestijn maakt, onafhankelijk van de vraag of het sinterklaas, kerst, valentijn, moederdag, vaderdag, dierendag of welke andere dag dan ook is. Elke oorspronkelijke bedoeling, elke traditie  is platgewalst. Er zal en moet geconsumeerd worden. Nederland als één grote, permanente meubelboulevard.

Het is minstens vijf voor twaalf. Het Sinterklaasfeest aanpassen kan het tij niet meer keren. Afschaffen lijkt de enige mogelijkheid tot redding van onze ziel. Kan ik eindelijk mijn verjaardag op mijn verjaardag vieren.

Met een historisch trauma de afgrond in

Als je politiek definieert als het vermogen om van kleine problemen grote problemen te maken dan zijn ze in Spanje goed bezig. We kunnen dan ook niet anders dan constateren dat de lijn Trump om met je gedrag maximale schade te veroorzaken school begint te maken.

Voor de buitenstaander is sprake van een fascinerend proces, waarin de Spaanse protagonisten zich met hoge snelheid naar de rand van de afgrond spoeden. De regio Catalonië wil meer autonomie, en eigenlijk (denken ze zelf) onafhankelijkheid. Dat is een vrij naïeve en tamelijk malle opvatting, maar nergens staat in de sterren geschreven dat mensen (en regio’s, en landen) verstandig moeten zijn. De Catalanen voelen zich onderdrukt door Madrid, en het steekt hen bijzonder (als ik het tenminste goed heb begrepen) dat ze hun eigen rijkdom niet allemaal zelf mogen houden, en dus aan Madrid meer geven dan ze terugkrijgen. Welkom in de 21ste eeuw en in Europa, zou je dan denken. Zo gaat het nu eenmaal in de beschaafde wereld, waar de rijken tot op zekere hoogte de armen ondersteunen. Mogen wij als Nederlanders ook even bij Madrid en Barcelona langskomen om al dat geld dat de laatste jaren vanuit Nederland naar het Iberisch schiereiland is gevloeid mee terug te nemen?

Los daarvan voelen de Catalanen zich erg onderdrukt door de Castilianen uit Madrid, maar dat valt natuurlijk (als je er nuchter naar kijkt) reuze mee. Wat je ook van Spanje kunt zeggen, een dictatuur waarin de mensenrechten grotelijks worden geschonden is het niet. Of tenminste: niet meer. In dit opzicht hebben we vooral te maken met Calimero-folklorisme, net zoals de Groningers zich erg kunnen afzetten tegen de Randstad-arrogantie. Of Madrid de natuurlijke hulpbronnen van Catalonië plundert is mij overigens niet bekend.

Met een referendum van de regen in de drup

Maar hoe dan ook: in deze omstandigheden is een referendum georganiseerd. Nuchter gesproken is dat een zoveelste bewijs voor de stelling dat het onverstandig is om referenda te organiseren (zoals we ook in Nederland en Iraaks-Koerdistan weten). Wat echter vooral opvalt is dat in de Spaanse context de nuchterheid volledig afwezig lijkt. Je had ook kunnen denken: ga vooral lekker je gang met dat malle referendum, en als het zover is praten we wel verder. Als mensen zich willen uitspreken, dan lijkt me dat een legitiem streven. Dat moet je vooral niet willen gaan verbieden. En daar moet je vooral niet de grondwet bij van stal halen. Met een beroep op de grondwet zou je hoogstens kunnen melden dat de waarde van de uitslag van een dergelijk referendum nogal betrekkelijk is, en dat er na afloop met een glaasje Sangria in de hand maar eens een goed gesprek moet volgen. De boel een beetje bij elkaar houden, zou een Amsterdamse ex-burgemeester het noemen.

Een paar jaar geleden deed een soortgelijk vraagstuk zich voor in de verhouding tussen Schotland en Engeland (of het zogeheten Verenigd Koninkrijk). Je kunt niet zeggen dat de verhouding tussen Schotten en Engelsen historisch gesproken spanningloos is. Daar zit ook het nodige sentiment en gevoel van onrecht en achterstelling bij, en daar worden soms gevoelige films van gemaakt met Mel Gibson in de hoofdrol. Maar stuurde Londen troepen naar het noorden om mensen die wilden stemmen in elkaar te slaan? Londen liet het referendum gewoon lopen. Als jullie Schotten willen stemmen, ga dan vooral jullie gang. Maar bedenk wel (fear, uncertainty & doubt) dat de welvaart waarvan jullie genieten voor een belangrijk deel de bietenbrug op gaat. Dus zeg het maar, trots en arm of inschikkelijk en welvarend. The rest is history, zij het natuurlijk dat alle Verenigd Koninkrijkers bij elkaar een jaartje later besloten dat ze liever trots wilden zijn dan in te schikken. Ook dat is een bewijs voor de stelling dat politiek gaat over het uitvergroten van problemen.

Scheiden doet niet altijd lijden

Dit echter allemaal terzijde. Als je een beetje hebt opgelet zie je vermoedelijk in dat het streven naar onafhankelijkheid een vooral 19de eeuwse benadering is die slecht past in de 21ste werkelijkheid. Het hoeft niet per se dramatisch te verlopen, zoals de vrij recente scheiding van Tsjechië en Slowakije laat zien. Zij het dan natuurlijk, dat we in plaats van één reactionaire Europese broeder er nu twee hebben. Maar, hoe dan ook: er leiden vele wegen naar Rome. Wat een nadere verklaring vereist is vooral de verkrampte en onzinnige manier waarop Madrid met het hele verschijnsel is omgegaan.

Daar hoor je eigenlijk in de verklaringen weinig over, en dat is een beetje vreemd. Als je het strikter stelt dringt zich de conclusie op dat er helemaal niet naar verklaringen wordt gezocht. De geleerden praten elkaar een beetje na, en dat concentreert zich op de stelling dat het democratische koninkrijk Spanje ondeelbaar is en dat de grondwet niet toestaat dat een deel van Spanje zich afscheidt. Noem dat maar een verklaring! En probeer dan maar eens te onderbouwen dat vervolgens de beste Franquistische tradities van stal worden gehaald om de boel te pacificeren.

Oude wijn in nieuwe zakken

De recente vuistdikke historische studie over het leven van Filips II [Geoffrey Parker (2014) Filips II – de roekeloze koning] geeft echter inzicht in het feit dat we hier te maken hebben met een eeuwenoud historisch trauma dat nog steeds niet verwerkt is. Spanjaarden zijn meesters in het verdringen, aan zelfreflectie kunnen ze niet toekomen. Door te beseffen dat het verlies van de Nederlanden eind 16de eeuw bij voortduring het collectieve Spaanse onderbewustzijn teistert valt alles op zijn plaats. Een korte toelichting zal dit duidelijk maken. Hierbij concentreer ik mij op de poppetjes die redeloos en willoos hun rol spelen in de heropvoering van het klassieke drama. Dat daarbij een man uit Limburg een niet onbelangrijke rol speelt toont de subtiele ironie van het geheel.

Daar is natuurlijk in de eerste plaats Mariano Rajoy Brey die in zijn overtuigende vertolking van Filips II ongegeneerd de wereldvreemde droogkloot neerzet die de vaste overtuiging heeft via de grondwet het hemelse mandaat te hebben ontvangen om de Spaanse landen naar zijn goeddunken te besturen en bijeen te houden. Wie hem tegenspreekt dient bij voorkeur via verwurging het zwijgen te worden opgelegd. Naar de vraag of royale en voortdurende incest ook in zijn geval zijn geestelijke souplesse en vermogen tot realistische oordeelsvorming heeft aangetast valt slechts te raden.

De rol van de hertog van Alva wordt hier gespeeld door vice-premier Soraya Sáenz de Santamaría, die voor het betere breek- en beukwerk mag zorgen en onbekommerd hel en verdoemenis mag preken. We moeten ons niet laten misleiden door haar joyeuze uitstraling die enigszins de wilde frisheid van limoenen (of in ieder geval een behoorlijk Jeanine Hennis gehalte) heeft, want deze vrouw is een ijzervreter die het liefst met scherp schiet. Het is haar diepste wens om alles wat op haar weg komt en niet meteen haar kant op beweegt te martelen, in het vuur te smijten, op een spies te steken en in ieder geval onherkenbaar te verminken.

De Catalaanse regeringsleider Carles Puigdemont i Casamajó heeft zichzelf uitmuntend gecast als de moderne versie van Willem van Oranje. Al net zo’n overtuigende draaikont als zijn historische voorganger (zie wat dit betreft het recente vlotgeschreven werkje van Aron Brouwer en Marthijn Wouters: Willem van Oranje, de opportunistische vader des vaderlands), die weliswaar voortdurend aan het ondermijnen is, maar zich bij voorkeur niet wenst uit te spreken over de vraag of Catalonië zich nu wel of niet onafhankelijk wenst te verklaren. Eigenlijk wel, maar misschien ook niet, of in ieder geval niet meteen, en we moeten er nog maar eens over praten, want een dialoog is nodig, als de Catalaanse wens maar gerespecteerd wordt.

Dan kijkt Europa vanaf de zijlijn toe, en zegt zich niet in het meningsverschil te willen mengen, hoewel het centrale Spaanse gezag natuurlijk het recht, of in ieder geval de wet, aan zijn zijde heeft.  Want die Spaanse grondwet, hè. Jean Claude Juncker en Franciscus Cornelis Gerardus Maria Timmermans vertegenwoordigen hier de moderne variant van het universalisme van de traditionele wereldkerk en fluisteren de gezalfde Spaanse heerser bij voortduring in dat hij zich sterk moet maken voor de eenheid van geloof en macht. Aan ketterij hebben we immers geen behoefte en mensen die afdwalen van het rechte pad dienen, desnoods met dwang, naar de kudde te worden teruggeleid. Paus Johannes Claudius en zijn ambassadeur Franciscus zitten weliswaar vooral op hun handen, maar de aard van hun overtuiging is steil en streng. Wat de Catalanen er zelf van vinden is eventjes niet aan de orde. De eenheid van geloof dient te worden bewaard.

Tot zover dan maar. Het is slechts een eerste, ruwe schets. Dat geschiedenis helpt het heden beter te begrijpen is echter weer eens overtuigend aangetoond.

Mysterie

Naar aanleiding van een oud en mysterieus bericht in een Hamburgse krant kwam ik een verbluffende geschiedenis op het spoor, vol onverwachte wendingen en toevalligheden.

Dit leverde een verhaal op dat nergens op lijkt, waarin realiteit en verbeelding in een onontwarbare kluwen door elkaar heen lopen. Het is te lang voor een blogbericht, maar ik heb het onder de titel Overpeinzingen bij een levensecht tableau op een aparte pagina van deze site geplaatst. Hier kun je het vinden.

Grote dikke muur

Vandaag zit ik met mijn berichtje boven op de actualiteit. Zozeer zelfs, dat je morgen misschien niet meer begrijpt waarover ik het heb.

Maar het gaat dus over Donald Trump. Nu gaat op dit moment bijna alle over Donald Trump, dus dat is op zich geen nieuws.

De Volkskrant berichtte vanmorgen dat Donald vanaf vandaag presidentiële besluiten (‘executive orders’) gaat tekenen die te maken hebben met de muur langs de grens met Mexico. ‘Grote dag gepland over nationale veiligheid, we gaan de muur bouwen!’, twitterde Trump bij het krieken van de dag.

En dat is goed, want hij had het beloofd. Van politici wordt altijd gezegd dat ze nooit doen wat ze beloven, dus het moet gewaardeerd worden dat Donald daar een uitzondering voor maakt. Het was natuurlijk nog mooier geweest als Donald verstandige dingen had beloofd, maar je kunt niet alles hebben.

Er is echter wel een probleem: er gaat helemaal geen muur gebouwd worden, en dat is ronduit teleurstellend. Want er wordt wel de hele tijd geroepen dat er een muur gaat komen, in de praktijk zal gewerkt gaan worden aan een hek, dat (volgens de Amerikaanse rekenkamer) 10,7 miljoen dollar per mijl gaat kosten. Dat is net zoiets als beloven dat je een huis gaat bouwen met zonnepanelen, en dan vervolgens een hoogspanningsmast neerzetten. En voor een prijs van 6180 Euro per strekkende meter wordt het natuurlijk een flutconstructie, zeker als je er Amerikaans staal voor gaat gebruiken.

chinese-muur-02Hier is weer eens sprake van een totaal gebrek aan visie. Als Amerika echt groot zou zijn dan wordt er hele grote dikke muur gebouwd. Denk Chinese muur, dan heb je wat! Schrijf een prijsvraag uit, waarbij toonaangevende ontwerpers kunnen intekenen op een grensverleggend (what’s in a name!) stukje architecturaal design. Zelfs als alleen Amerikanen op de prijsvraag kunnen intekenen kan het iets opleveren. Maak iets om overheen te lopen. Laat toeristen (ook Mexicaanse) zich in horden vergapen aan het stoutmoedig bouwwerk. Maak om de vijfhonderd meter een torentje met een hamburgertent erin. Zet iets neer voor de eeuwigheid.

chinese-muur-03Dat in de praktijk een muur geen mensen buiten houdt, zoals het Chinese voorbeeld heeft bewezen, doet niet ter zake. Alleen het gebaar telt. En bij de volgende verkiezingen zien we wel weer.

De schoonheid van abstractie

Het vraagstuk van schoonheid komt wel vaker langs, en het bijna permanente schemer van de winter geeft het ongetwijfeld een stevige dosis verdieping (of in ieder geval het gevoel dat daarvan sprake is). Maar daar zaten we dan, en daar lag het plotseling op tafel.

Het feit dat we een goede fles wijn hadden opengetrokken zal vast hebben meegeholpen, en ook het feit dat het uur al behoorlijk vorderde en je een goede reden moest hebben om (bijvoorbeeld) niet naar bed te gaan. De discussie werd geopend met een duidelijk verschil van inzicht tussen Marga en mij over de kwaliteiten van het boekje As in tas en of het de moeite waard was het drie keer te herlezen. Want dat werd aan schoonheid toegeschreven: dat je er op terug wilt komen, dat je het weer in jouw blik wilt vangen, dat je het opnieuw wilt ervaren. En er dan telkens nieuwe dingen in gaat ontdekken.

En schoonheid, dat was Marga naar ze zei steeds meer duidelijk geworden, kan in kleine dingen zitten. Misschien zit het meer in jezelf dan in de wereld om je heen. In het vermogen dat je door de jaren heen ontwikkelt om te observeren en tot je te nemen. In het vermogen tot ontroering en genieten dat uit ervaring voortkomt. Reflectie op wat kunst tot kunst maakt. En is het niet bij uitstek de abstractie van het kunstwerk die dit soort stimuli veroorzaakt (en die daarmee aanzet tot overpeinzing)?

bart-van-der-leckHet lag inderdaad op tafel, deze inzichten waar je niet omheen kunt. Het deed me op een anekdotische wijze denken aan een voorval van een groot aantal jaar geleden, uit mijn studententijd, toen ik een werk van de schilder Bart van der Leck had gekopieerd en boven de schoorsteen had gehangen. Dat kopiëren was meer een kwestie van ambachtelijkheid geweest dan van artistiek vermogen, zoals iedereen die De Ruiter (uit omstreeks 1918) kent zal kunnen beamen. Het abstracte samenstel van tamelijk elementaire vormen sprak het toenmalige liefje van vriend D. bijzonder aan, tot ik haar vertelde hoe makkelijk je er een ruiter te paard in kon herkennen. Dat kwam hard aan en was voor haar een principiële reden de appreciatie van het werk een flink stuk te degraderen. Haar relatie met D. onderging na korte tijd hetzelfde lot (de lieve schat was ook nog zo jong en vol onbeschadigde zekerheden!), maar ik durf niet te zeggen dat ook daar sprake was van toegenomen herkenning.

Abstractie dus. Het begrip zelf is trouwens mogelijk ook tamelijk ongrijpbaar. Volgens Wikipedia is abstractie, afkomstig van het Latijnse woord abstráhere (weglaten), het weglaten van alle niet-essentiële informatie en secundaire aspecten om de meer fundamentele structuren zichtbaar te maken. Deze definitie roept meteen de vraag op in welke mate De Ruiter dan als abstractie kan worden gekarakteriseerd. Dat er van alles is weggelaten, waardoor directe (naturalistische) herkenning moeilijker wordt is evident. Maar zijn daarmee de meer fundamentele structuren zichtbaar gemaakt? En wat is dan fundamenteel aan wat zichtbaar is gebleven? Zijn tamelijk elementaire vormen in min of meer primaire kleuren de essentie van een man te paard? Probeer daar maar eens een bevredigend antwoord op te geven.

Laten we het hanteerbaarder maken: abstracte kunst. Weer een anekdote, van nog langer geleden. Met de moderne docent tekenen van de middelbare school belandt onze schoolklas vanuit de provincie in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar we rondleiderig worden bijgepunt door een artistiek, slonzerig  type op sandalen, model onbegrepen kunstenaar met bijverdienste. We staan voor een ondoorgrondelijk schilderij vol vlekken, en hij verklaart dat dit beeld hem meer waard is dan het hele stomme Rijksmuseum bij elkaar. De klas denkt aan bier. Op die leeftijd (en in die tijd) heeft dat nog de uitstraling van een guilty pleasure (hoewel in de hoofdstad ook iets schijnt rond te waren dat de naam marihuana draagt).

Abstracte kunst wordt door Wikipedia gedefinieerd als een richting binnen de moderne kunst waarin niet altijd wordt geprobeerd om objecten uit de natuurlijke wereld weer te geven en er geen zaken uit de reële wereld hoeven te zijn afgebeeld, en waarbij onderliggende principes zichtbaar gemaakt kunnen worden met vormen en kleuren, ritmes en contrasten. Dat is wel erg voorzichtig omschreven, maar het is nog altijd heel netjes vergeleken met de definitie die Galerie Beeldkracht op haar site heeft opgenomen. Daarin wordt gemeld: ‘Abstracte kunst is kunst die niet gerelateerd is aan de visueel waarneembare werkelijkheid’. Dat is een heel merkwaardige manier om visuele kunst aan de man te brengen. Ooit een onzichtbaar schilderij gezien?

Abstractie is vermoedelijk wat je er zelf van maakt. Strikt genomen is elke representatie van de werkelijkheid al een abstractie. Het enige dat niet abstract is zou dan de werkelijkheid zelf zijn. En een beetje postmodernistisch denker gaat van die stelling meteen gehakt maken, met een bevlogen vertoog over het (post)moderne discours. Of met de opmerking dat de werkelijkheid zelf onkenbaar is en alleen gekend kan worden via haar representaties. En kan een representatie daarmee nog een abstractie zijn?

Het vraagstuk lijkt zich zo te onttrekken aan verheldering. Het blijft, om het anders te stellen, abstract. Als we het eens oplossen door abstractie (of in ieder geval artistieke abstractie) te omschrijven als een poging tot ontregeling van de werkelijkheid door er een eenzijdige schijnwerper op te zetten. Maar met welk doel? Mogelijk om tot reflectie te dwingen. Of dat lukt, hangt af van het vermogen en de geneigdheid van de beschouwer (of toeschouwer).

Laten we het eens proberen. Op grond van mijn definitie is onderstaand beeld ongelooflijk abstract:

lotto01

Conformisten zullen mogelijk beweren dat het helemaal niet abstract is, maar figuratief is geschilderd. Voor een deel hebben ze gelijk: het is geschilderd. En wel omstreeks 1527 door Lorenzo Lotto [1]. Maar wat is hier eigenlijk herkenbaar? Het antwoord kan luiden: het zijn mensen, of in ieder geval gezichten van mensen. Maar zijn deze ‘mensen’ herkenbaar? Kunnen we vertellen wie het zijn? En in welke mate zijn ze natuurgetrouw weergegeven? Hoe beter we kijken, hoe vreemder ze worden. Minder echt. Abstract?

Het bovenstaande is een detail van een groter schilderij dat in het Louvre hangt en dat er in zijn totaliteit ongeveer zo uitziet:

 

lotto02Nu wordt de abstractie herkenbaarder. Het heeft vast iets met Jezus te maken. Is dat niet die man die over water liep? Maar ook dat is een abstractie van de werkelijkheid, teweeg gebracht door een grote schijnwerper. Je ziet van alles, maar weet nauwelijks wat het is. Je ervaart alleen (mogelijk) een gevoel van vervreemding en ontregeling. Waar zijn al die mensen in hemelsnaam mee bezig. Een realiteit lijkt weliswaar tastbaar aanwezig, maar wijkt terug zodra je haar probeert te vatten. Hoe abstract wil je het hebben?

Laten we het daar maar bij houden. En verder, met medeblogster PiantataStorta die ook over het schilderij heeft geschreven, met enige bescheidenheid memoreren: wie zonder zonden is, werpe de eerste steen.

[1] Over Lorenzo Lotto heb ik al eerder geschreven ter gelegenheid van de grote overzichtstentoonstelling in Rome in 2011 (?). Zie: Lorenzo Lotto in Rome